ECLI:NL:RBDHA:2024:9177
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende binding en alternatieve huisvestingsmogelijkheden
Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd met het oog op verhuizing vanwege bedreigingen van haar ex-partner en de veiligheid van haar en haar kinderen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet in een maatschappelijke instelling verblijft, niet voldoet aan de bindingseis van twee jaar inschrijving in de gemeente en haar woonprobleem op andere wijze kan worden opgelost, bijvoorbeeld via de particuliere woningmarkt.
Eiseres betoogt dat zij in levensgevaar verkeert en dat een verhuizing naar de gemeente waar haar familie woont en zij werkt noodzakelijk is. Ook stelt zij dat zij de hardheidsclausule toegepast zou moeten krijgen gezien haar persoonlijke omstandigheden en de belangen van haar kinderen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zijn beoordelingsruimte niet heeft overschreden en dat het beleid omtrent urgentieverklaringen niet onredelijk is. De bindingseis is dwingendrechtelijk en kan niet buiten toepassing worden gelaten. De rechtbank stelt vast dat eiseres haar woonprobleem redelijkerwijs had kunnen voorkomen of op andere wijze had kunnen oplossen. De hardheidsclausule is terecht niet toegepast omdat geen sprake is van een noodsituatie of zodanig bijzondere omstandigheden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de afwijzing van de urgentieverklaring blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring.