ECLI:NL:RVS:2024:3531
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling na ongegrond beroep rechtbank
Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 12 juli 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze heeft het hoger beroep beoordeeld en vastgesteld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling ziet ook geen reden om ambtshalve de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.