ECLI:NL:RVS:2024:3574
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A. Kuijer
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergoeding rechtsbijstand bij beëindiging huurovereenkomst ondanks geschil over onderhoud
De appellant heeft een toevoeging aangevraagd voor rechtsbijstand in een civiele procedure tegen zijn verhuurder, waarbij de cliënt de huurovereenkomst wilde beëindigen vanwege het ontbreken van een omzettingsvergunning, een juridisch gebrek gerelateerd aan feitelijke onderhoudsgebreken. De raad voor rechtsbijstand stelde de vergoeding vast op € 832,89 op basis van zaakcode H010 (beëindiging huurovereenkomst).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat zaakcode H020 (onderhoud door verhuurder) alleen van toepassing is bij geschillen over feitelijke onderhoudsgebreken en dat juridische gebreken dit niet veranderen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat vergelijkbare zaken niet gelijk waren of de raad een fout had gemaakt die niet herhaald hoeft te worden.
In hoger beroep betoogde appellant dat de werkinstructies geen beleidsruimte bieden en dat zaakcode H020 breder uitgelegd moet worden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het rechtsbelang en de aard van het geschil bepalend zijn en dat de raad terecht zaakcode H010 toepaste. Ook het argument dat zaakcode H010 niet van toepassing zou zijn bij beëindiging door de huurder werd verworpen.
De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding is terecht vastgesteld op basis van zaakcode H010.