ECLI:NL:RVS:2024:368
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende ernstig letsel
Appellant heeft een uitkering aangevraagd uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven na een burenruzie waarbij hij met een hondenriem op zijn hoofd werd geslagen, wat leidde tot fysiek en psychisch letsel. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af omdat het fysieke letsel niet als ernstig werd aangemerkt en de psychische klachten niet objectief waren onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Het fysieke letsel, waaronder een doof gevoel door zenuwbeschadiging en littekens onder de haargrens, voldoet niet aan de criteria van de Letsellijst voor ernstige letselcategorieën. Ook het betoog dat de littekens in de toekomst ontsierend kunnen worden, werd verworpen.
Ten aanzien van het psychisch letsel concludeert de Raad dat appellant onvoldoende objectieve medische informatie heeft verstrekt, zoals een diagnose van een BIG-geregistreerde psycholoog of psychotherapeut. De neuroloogbrief over slaapstoornissen en herbelevingen is geen voldoende onderbouwing.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering blijft in stand. De CSG hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt bevestigd.