ECLI:NL:RVS:2018:4253
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende ernstig letsel
Appellant diende een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven naar aanleiding van een mishandeling waarbij hij een litteken in zijn wenkbrauw opliep en psychisch letsel claimde. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af omdat het letsel niet voldeed aan de criteria van ernstig letsel zoals bedoeld in de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg).
De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat het litteken niet ontsierend is en dat er onvoldoende medische informatie was om het psychisch letsel te beoordelen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het litteken wel degelijk ontsierend is en dat hij psychische klachten heeft waarvoor hij onder behandeling is, maar kon dit niet met de vereiste medische documenten onderbouwen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het beleid van de CSG niet onredelijk is en dat het beoordelingskader van de strafrechter, die een schadevergoeding toekende, verschilt van dat van de CSG. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt bevestigd.