ECLI:NL:RVS:2024:3723
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd na hoger beroep
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 10 maart 2023 is afgewezen. Tegen dit besluit heeft de vreemdeling bezwaar gemaakt, dat op 15 mei 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 18 maart 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Tevens is verwezen naar eerdere jurisprudentie over het onderscheid tussen Dublinclaimanten en andere vreemdelingen in het beleid omtrent slachtoffers van mensenhandel.
De Afdeling heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van lid C.C.W. Lange op 17 september 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.