ECLI:NL:RVS:2024:3750
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming planschade voor woonschip nabij brugplannen Amsterdam
Het geschil betreft de afwijzing van een aanvraag om tegemoetkoming in planschade door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. [Appellant], eigenaar van een woonschip met ligplaats nabij een geplande brug, vorderde vergoeding wegens waardevermindering en overlast.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het woonschip een roerende zaak is en dat alleen schade aan onroerende zaken onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor vergoeding in aanmerking komt. Het woonschip is verplaatsbaar en de planologische ontwikkeling heeft geen invloed op de waarde van het woonschip als roerende zaak.
Daarnaast wijst de Afdeling de overige door appellant gestelde schade, zoals overlast en procedurele onrechtmatigheden, af omdat deze geen planologische schade zijn. Ook het betoog over discriminatie en schending van mensenrechten wordt verworpen. De Afdeling oordeelt dat de termijn voor hoger beroep correct is toegepast ondanks de onjuiste adressering van de uitspraak.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.