ECLI:NL:RVS:2024:3777
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J.W.P. van Gastel
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel Syriër
De vreemdeling, een Syriër geboren in 1975, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 28 april 2023 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond wegens motiveringsgebreken in het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank onjuiste toetsingsmaatstaven en bewijslastverdeling hanteerde, met name ten aanzien van de presumptie dat Syriërs een reëel risico op ernstige schade lopen. De vreemdeling viel onder het beleid voor teruggekeerde Syriërs, omdat hij tussen 2009 en 2019 herhaaldelijk probleemloos naar Syrië terugkeerde.
Verder stelde de minister terecht dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij was opgeroepen voor militaire reservistendienst, mede vanwege zijn leeftijd en het ontbreken van bewijsstukken. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond. Het beroep van de vreemdeling werd uiteindelijk ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de verblijfsvergunning stand houdt.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.