ECLI:NL:RVS:2024:3792
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep in asielprocedure wegens overschrijding beslistermijn
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake zijn asielaanvraag. Tijdens de procedure trok de vreemdeling het hoger beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling tegen de minister van Asiel en Migratie. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de minister de beslistermijn voor de aanvraag van de vreemdeling had overschreden, ongeacht de rechtmatigheid van de verlenging van die termijn.
De minister had op 26 juli 2024 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ingewilligd. Omdat het hoger beroep uitsluitend ging over de niet-tijdige besluitvorming, wees de Afdeling het verzoek tot proceskostenveroordeling toe en paste een wegingsfactor toe.
De Afdeling veroordeelde de minister tot vergoeding van € 437,50 aan proceskosten, toe te rekenen aan de beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Hiermee erkende de Afdeling de overschrijding van de beslistermijn en de daarmee samenhangende kosten voor de vreemdeling.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van € 437,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.