ECLI:NL:RVS:2024:3810
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens intrekking asielaanvraagbesluit
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In de tussentijd nam de minister van Asiel en Migratie op 27 november 2023 alsnog een besluit dat geheel tegemoetkwam aan de aanvraag van de vreemdeling. Hierdoor had de vreemdeling het doel van de procedure bereikt en was er geen belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is. Verder overwoog de Afdeling dat de minister de beslistermijn met negen maanden rechtmatig had verlengd, maar desondanks de termijn van vijftien maanden was overschreden. Daarom veroordeelde de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 437,50, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde.
De Afdeling benadrukte dat er geen beroep van rechtswege was ontstaan tegen het besluit van 27 november 2023, omdat de vreemdeling hiermee instemde. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 25 september 2024 door lid van de enkelvoudige kamer C.C.W. Lange.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister inmiddels het asielbesluit heeft genomen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.