ECLI:NL:RVS:2024:3813
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 16 mei 2024 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit op 26 augustus 2024 vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was afgerond. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter heeft de belangen van beide partijen afgewogen en geoordeeld dat de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Hierdoor wordt de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank opgeschort vanaf de dag na de bekendmaking van deze uitspraak. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.