ECLI:NL:RVS:2024:3896
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure nam de minister op 11 december 2023 alsnog een besluit waarin de aanvraag van de vreemdeling volledig werd ingewilligd. Hierdoor was het doel van het hoger beroep komen te vervallen, omdat de vreemdeling inmiddels het gewenste resultaat had bereikt.
De Afdeling overwoog dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is. Tevens werd vastgesteld dat de minister de beslistermijn rechtmatig met negen maanden had verlengd en binnen vijftien maanden na indiening van de aanvraag een besluit had genomen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De vreemdeling stemde in met het besluit van 11 december 2023, waardoor er geen beroep van rechtswege is ontstaan. De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en sprak dit uit in het openbaar op 27 september 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister inmiddels een besluit heeft genomen dat volledig tegemoetkomt aan de aanvraag van de vreemdeling.