ECLI:NL:RVS:2024:401
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
Bij besluit van 17 augustus 2023 bepaalde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigde op 4 september 2023. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de tijdelijke bescherming die aan de vreemdeling werd geboden op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 niet per 4 september 2023 kon eindigen, maar krachtens de richtlijn doorloopt tot 4 maart 2024. Dit oordeel is gebaseerd op een eerdere uitspraak van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:32).
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 17 augustus 2023. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00 die de vreemdeling heeft gemaakt voor de beroepsmatige rechtsbijstand. De staatssecretaris dient zelf te bepalen hoe hij het einde van de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling zal meedelen.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.