ECLI:NL:RBDHA:2023:18486
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming facultatieve groep derdelanders niet onrechtmatig
Eiser betwist het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming als facultatieve derdelander te beëindigen per 4 september 2023. De rechtbank beoordeelt dit beroep aan de hand van de geldende Europese richtlijn en het uitvoeringsbesluit.
De rechtbank bevestigt de bevoegdheid van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep te beëindigen en wijst het beroep af. De rechtbank volgt de eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin is vastgesteld dat beëindiging niet in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en dat een voornemenprocedure volstaat zonder individueel gehoor.
Eiser voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel en evenredigheidsbeginsel zijn geschonden, maar de rechtbank oordeelt dat er een gerechtvaardigd onderscheid bestaat tussen de facultatieve groep en andere ontheemden. De beëindiging is volgens de rechtbank proportioneel en noodzakelijk om de opvangcapaciteit te beschermen en misbruik tegen te gaan. Ook het beroep op vooringenomenheid faalt. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.