ECLI:NL:RVS:2024:403
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 18 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de tijdelijke bescherming die aan de vreemdeling is verleend op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet voortijdig kan worden beëindigd per 4 september 2023, maar krachtens de richtlijn doorloopt tot 4 maart 2024. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2024:32) waarin is vastgesteld dat de bescherming van rechtswege geldt voor de duur van de richtlijn.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De staatssecretaris dient zelf te bepalen op welke wijze de vreemdeling wordt geïnformeerd over het einde van de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd; de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.