ECLI:NL:RVS:2024:405
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt op 4 september 2023, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 november 2023 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de tijdelijke bescherming niet op 4 september 2023 kan eindigen, omdat deze krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming wordt geboden en daarom moet worden aangesloten bij de duur van die richtlijn. De tijdelijke bescherming eindigt derhalve van rechtswege op 4 maart 2024.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van 22 augustus 2023 en de uitspraak van de rechtbank Den Haag, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00 die door de vreemdeling zijn gemaakt voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.