ECLI:NL:RBDHA:2023:17679
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders uit Oekraïne niet onrechtmatig
Eiseres, een derdelander uit Nigeria met tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat haar tijdelijke bescherming eindigt per 4 september 2023.
De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek tot voorlopige voorziening behandeld en overweegt dat de staatssecretaris bevoegd is het besluit te nemen, conform eerdere uitspraken van deze rechtbank. De rechtbank oordeelt dat het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel niet zijn geschonden en dat de voornemenprocedure correct is gevolgd.
Eiseres stelde dat zij ongelijk wordt behandeld ten opzichte van andere ontheemden en dat het besluit onevenredig is vanwege haar persoonlijke situatie (werk, studie, inburgering). De rechtbank vindt dat er een gerechtvaardigd onderscheid is tussen de groepen ontheemden en dat het besluit passend en noodzakelijk is om de opvangproblematiek te beheersen.
De rechtbank wijst ook het beroep op vooringenomenheid af, omdat geen aanwijzingen daarvoor zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
De uitspraak bevestigt dat de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep derdelanders kan worden beëindigd zonder individuele hoorzitting en zonder strijd met fundamentele rechtsbeginselen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.