ECLI:NL:RVS:2024:409
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 23 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt op 4 september 2023, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde op 17 januari 2024 dat de tijdelijke bescherming voor derdelanders die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hadden ingeschreven, niet op 4 september 2023 kan eindigen. De bescherming moet aansluiten bij de richtlijn en loopt derhalve door tot 4 maart 2024.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 23 augustus 2023. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De staatssecretaris dient zelf te bepalen op welke wijze hij de vreemdeling informeert over het einde van de tijdelijke bescherming per 4 maart 2024.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.