ECLI:NL:RBDHA:2023:18440
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming facultatieve groep derdelanders niet onrechtmatig
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming als facultatief beschermde derdelander te beëindigen per 4 september 2023. De rechtbank heeft het beroep samen met het verzoek tot voorlopige voorziening behandeld en het onderzoek gesloten.
De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris bevoegd is de tijdelijke bescherming te beëindigen en dat dit niet in strijd is met rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. De voornemenprocedure is gevolgd, eiser heeft twee schriftelijke zienswijzen ingediend, en een individueel gehoor was niet vereist. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat er een gerechtvaardigd onderscheid bestaat tussen de facultatieve groep en de reguliere beschermde groep.
Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen. De beëindiging is geschikt en noodzakelijk om het doel van de Richtlijn te bereiken, namelijk het voorkomen van ontwrichting van het asielstelsel door massale toestroom. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom de inbreuk op zijn belangen onevenredig zou zijn. De rechtbank wijst voorts het betoog van vooringenomenheid af.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier A.J. van Bruggen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.