ECLI:NL:RVS:2024:414
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 31 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt op 4 september 2023. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat op basis van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2024:32) de tijdelijke bescherming die wordt geboden krachtens Richtlijn 2001/55/EG niet voortijdig kan worden beëindigd door de staatssecretaris, maar dat de bescherming van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. Het besluit van 31 augustus 2023 is daarom onrechtmatig en wordt vernietigd.
De uitspraak van de rechtbank wordt eveneens vernietigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Afdeling bepaalt dat het aan de staatssecretaris is om de wijze van beëindiging van de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling mee te delen.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd; de bescherming loopt tot 4 maart 2024.