ECLI:NL:RBDHA:2023:18753
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander niet onrechtmatig
Eiseres, een Oekraïense derdelander, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen. De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van eerdere jurisprudentie waarin de bevoegdheid van verweerder tot tussentijdse beëindiging van tijdelijke bescherming was bevestigd.
De rechtbank overwoog dat de beëindiging niet in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en dat verweerder geen individueel gehoor hoefde af te nemen. Eiseres voerde aan dat het besluit onevenredig was en onvoldoende gemotiveerd, mede omdat zij een baan had en zichzelf kon onderhouden.
De rechtbank verwierp deze gronden en verwees naar eerdere uitspraken waarin de motivering van het besluit als deugdelijk werd beoordeeld. De beëindiging van de tijdelijke bescherming werd als proportioneel gezien ten opzichte van het doel van de Richtlijn. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is ongegrond verklaard.