ECLI:NL:RVS:2024:4192
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep vreemdeling
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een verblijfsvergunning. Vervolgens trok hij het hoger beroep in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van proceskosten.
De Afdeling overwoog dat de minister de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geheel had ingewilligd met een besluit van 12 oktober 2023. Daarnaast werd rekening gehouden met een rechtmatige verlenging van de beslistermijn door de minister. Gezien deze omstandigheden zag de Afdeling geen aanleiding om de minister in de proceskosten te veroordelen.
Het verzoek werd daarom afgewezen. Tevens werd opgemerkt dat de vreemdeling, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet heeft laten weten het niet eens te zijn met het besluit van 12 oktober 2023, waardoor geen beroep van rechtswege is ontstaan. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen; de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.