ECLI:NL:RVS:2024:422
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 31 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde op 5 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming niet voortijdig kan worden beëindigd omdat deze krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en doorloopt tot 4 maart 2024. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, evenals het besluit van de staatssecretaris. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
De Raad van State benadrukte dat de staatssecretaris zelf dient te bepalen op welke wijze de voortzetting van de bescherming aan de vreemdeling wordt meegedeeld. Deze uitspraak bevestigt de bescherming van vreemdelingen die onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vallen en waarborgt hun verblijfsrecht tot de vastgestelde einddatum.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.