ECLI:NL:RVS:2024:425
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 1 september 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde op 17 januari 2024 dat de tijdelijke bescherming die aan derdelanders is geboden die rechtmatig verblijf hadden in Oekraïne en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hebben ingeschreven, niet voortijdig kan worden beëindigd. De bescherming loopt krachtens de richtlijn door tot 4 maart 2024.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 1 september 2023, en bepaalde dat de staatssecretaris de proceskosten van € 2.625,00 aan de vreemdeling moet vergoeden. De staatssecretaris dient zelf te bepalen op welke wijze hij het einde van de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling zal meedelen.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.