ECLI:NL:RVS:2024:4257
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergoeding waardedaling woning op basis van eigendomsverdeling na echtscheiding
Appellant en zijn ex-partner waren elk voor 50% eigenaar van een woning te Groningen tot de inschrijving van de akte van verdeling op 31 januari 2020, waarna appellant volledig eigenaar werd. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen kende appellant aanvankelijk een vergoeding toe voor 50% van de waardedaling van de woning, gebaseerd op zijn eigendomsdeel op de peildatum 1 januari 2019.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij recht had op 100% vergoeding, verwijzend naar afspraken in de echtscheidingsbeschikking en het feit dat zijn ex-partner geen eigen inkomen had en niet evenredig bijdroeg aan waardevermeerdering. De Raad van State oordeelde dat de juridische eigendom en het eigendomsrisico tot de inschrijving van de akte bij het ex-partner deel bleef en dat geen formele cessie of afspraken waren gemaakt die een volledige vergoeding aan appellant rechtvaardigen.
De beleidsregel van het Instituut, gebaseerd op de juridische eigendom en periode van eigendom, werd als rechtmatig beoordeeld. Ook bijzondere omstandigheden zoals het ontbreken van afspraken of fysieke schade aan de woning rechtvaardigen geen afwijking van de regeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard; appellant ontvangt vergoeding voor 50% van de waardedaling.