ECLI:NL:RVS:2023:1132
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergoeding waardedaling woning na mijnbouwschade ondanks hoger beroep
Appellant had een aanvraag ingediend bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen voor vergoeding van waardedaling van zijn woning, welke aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar kende het Instituut een vergoeding toe van €6.102,22 plus wettelijke rente, gebaseerd op het eigendomsaandeel van appellant gedurende de relevante periode.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de woning een hogere waarde had dan de verkoopprijs en omdat het eigendom juridisch slechts voor 50% aan hem toebehoorde tot de inschrijving van de akte van verdeling.
In hoger beroep betoogde appellant dat de woning een hogere marktwaarde had en dat zijn privéomstandigheden niet juist waren meegewogen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het Instituut terecht uitging van de verkoopprijs als marktwaarde en dat de juridische eigendom bepalend is voor de vergoeding, niet het gebruiksrecht of de betaling van lasten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Appellant krijgt geen hogere vergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van waardedaling blijft ongewijzigd.