ECLI:NL:RVS:2024:4264
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- G.O. van Veldhuizen
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning en handhavingsbesluit Wadudu insectenkweekbedrijf
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe verleende Wadudu een omgevingsvergunning voor een insectenkweekbedrijf op het perceel Noordveen 1 te Beilen. [Wederpartij], eigenaar van een nabijgelegen perceel, verzocht handhaving wegens overlast en strijd met bestemmingsplan en vergunning. Het college wees dit aanvankelijk af, maar legde later een last onder dwangsom op wegens overtreding van een vergunningvoorschrift.
De rechtbank verklaarde de beroepen van [wederpartij] gegrond en vernietigde de besluiten van het college vanwege onvoldoende onderzoek en motivering over de vraag of Wadudu viel onder categorie 2 of 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Het college en Wadudu gingen in hoger beroep en betwistten het procesbelang van [wederpartij] en de motivering van de besluiten.
De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het college onvoldoende heeft onderzocht of de activiteiten van Wadudu uitsluitend natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk zijn of ook productie van insecten betreft, wat onder een zwaardere categorie valt. De Afdeling oordeelt dat de productie van maximaal 25 ton per jaar duidt op bedrijfsmatig fokken en houden van maden en wormen, wat niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan. Daarom zijn de besluiten in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en vernietigd.
De Afdeling oordeelt tevens dat [wederpartij] voldoende procesbelang heeft, ondanks verkoop van zijn woning, vanwege aannemelijke waardedaling door overlast. Het college moet nieuwe besluiten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan [wederpartij].
Uitkomst: De hogere beroepen van Wadudu en het college worden ongegrond verklaard en de vernietiging van de besluiten wordt bevestigd.