ECLI:NL:RVS:2024:4339
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake inreisverbod en bewaring vreemdeling
De vreemdeling is bij besluiten van 19 juli 2024 opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, is een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hij is in bewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe of relevante rechtsvragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming vereisen. Tevens is een vergelijkbare rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling beantwoord in een uitspraak van 9 september 2024.
De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.