ECLI:NL:RVS:2024:4409
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling ondanks taalkeuze tijdens gehoor
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 27 augustus 2024 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de vreemdeling tijdens het gehoor ervoor koos niet te wachten op een tolk in zijn moedertaal, de Fula-taal, en in het Engels gehoord wilde worden. Uit het proces-verbaal bleek dat de vreemdeling de vragen begreep en geen inhoudelijke bezwaren had tegen het verslag. De rechtbank had daarom terecht geoordeeld dat een tolk in de moedertaal niet noodzakelijk was.
De Raad van State zag geen reden om dit oordeel te vernietigen of de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd.