ECLI:NL:RBDHA:2025:2912
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending informatieplicht bij bewaring vreemdeling
Eiser is in bewaring gesteld ter overdracht aan Frankrijk op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij spreekt Koerdisch (Sorani) en kreeg de maatregel in het Engels, een taal die hij onvoldoende beheerst. Hoewel bij het horen een registertolk Koerdisch is ingezet, voldeed de uitreiking van de maatregel niet aan de informatieplicht zoals vereist in artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank oordeelt dat het gebruik van een tolk in het vreemdelingenrecht alleen verplicht is indien nodig wordt geacht, maar dat de maatregel zelf in een taal moet zijn opgesteld die de vreemdeling verstaat. Verweerder heeft niet aangetoond dat eiser de Engelse taal voldoende beheerst, waardoor de maatregel van aanvang af onrechtmatig is.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die stelt dat schending van de informatieplicht in beginsel leidt tot onrechtmatigheid, tenzij zwaarwegende belangen het algemeen belang overstijgen, wat hier niet is gebleken. De overdracht aan Frankrijk heeft niet plaatsgevonden, waardoor eiser nog in bewaring is. De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de maatregel, invrijheidstelling en toekenning van schadevergoeding voor vijftien dagen onrechtmatige vrijheidsontneming.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven en eiser wordt onmiddellijk in vrijheid gesteld met toekenning van schadevergoeding.