ECLI:NL:RVS:2024:4829
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 19 januari 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde bij uitspraak van 10 oktober 2024 het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening gegrond is en bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan de rechtsbijstand die door een derde beroepsmatig werd verleend.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter mr. J.C.A. de Poorter op 25 november 2024. Hiermee wordt de vreemdeling beschermd tegen uitzetting gedurende de behandeling van het hoger beroep in de asielprocedure.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.