ECLI:NL:RVS:2024:4891
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling en afwijzing hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 9 juli 2024 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die in het belang zijn van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd geen aanleiding gezien om de bewaring onrechtmatig te achten. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 2 december 2024, waarbij mr. B. Meijer als lid van de kamer het vonnis wees.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd.