Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak is beroep ingesteld tegen een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op 9 juli 2024. De eiser betoogde dat de maatregel onrechtmatig was omdat deze ten onrechte was ondertekend door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, terwijl sinds 2 juli 2024 de minister van Asiel en Migratie bevoegd is. De rechtbank overweegt dat de bevoegdheid krachtens een koninklijk besluit is overgedragen en dat dit ook zonder formele wet mogelijk is, conform vaste staatsrechtelijke jurisprudentie.
Daarnaast heeft de eiser aangevoerd dat eerdere gebreken in een vorige maatregel van bewaring gevolgen zouden moeten hebben, maar de rechtbank stelt dat die eerdere maatregel niet ter toetsing ligt en dat een dergelijk gebrek niet automatisch de huidige maatregel onrechtmatig maakt. Ook de betwisting van de toelichting op het risico op onttrekking wordt verworpen, aangezien voldoende gronden zijn aangevoerd die het risico ondersteunen.
De eiser stelde verder dat hij een verblijfsrecht in Portugal heeft, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt met voldoende bewijs. De rechtbank wijst dit betoog af. Tot slot is het zicht op uitzetting naar Algerije voldoende onderbouwd met vluchtgegevens en laissez-passer. De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.