ECLI:NL:RVS:2024:4914
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 7 juni 2024 het besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 augustus 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld, maar oordeelde dat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarbij verwees de Afdeling naar eerdere uitspraken over vergelijkbare rechtsvragen.
Uiteindelijk werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 29 november 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.