ECLI:NL:RBDHA:2024:13055
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag vanwege Dublinverordening en Kroatische verantwoordelijkheid
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 9 februari 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 27 januari 2024 al een asielaanvraag in Kroatië had ingediend. Kroatië werd daarom als verantwoordelijke lidstaat aangemerkt en verweerder verzocht om terugname van eiser.
Eiser voerde aan dat hij onder dwang zijn vingerafdrukken in Kroatië moest afstaan en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mag worden vanwege pushbacks en onvoldoende opvangcapaciteit in Kroatië. Hij verwees naar recente rapporten en een arrest van het Europese Hof van Justitie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van Kroatische verantwoordelijkheid en het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De door eiser aangevoerde rapporten en brieven boden onvoldoende concrete aanwijzingen voor een reëel risico op schending van artikel 4 van Pro het Handvest. Er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken.
Daarom was het bestreden besluit rechtmatig en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.