ECLI:NL:RVS:2024:4942
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 29 september 2023 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 12 juli 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich onder meer op rechtsvragen die reeds eerder door de Afdeling waren beantwoord, zoals het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Polen.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De minister van Asiel en Migratie hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd uitgesproken in het openbaar op 2 december 2024 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.