ECLI:NL:RVS:2024:5042
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie wees op 17 juli 2024 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 november 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 4 december 2024 het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak volgt de jurisprudentie van de Afdeling van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457) en bevestigt het belang van het voorkomen van onherstelbare gevolgen tijdens de procedure van hoger beroep in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.