ECLI:NL:RVS:2024:5062
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking besluit asielaanvraag en gebrek aan belang
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 8 mei 2023 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde daartegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde hij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Na het instellen van het hoger beroep nam de minister de asielaanvraag alsnog in behandeling, waardoor het belang van de vreemdeling bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep kwam te vervallen. De vreemdeling verzocht daarnaast om schadevergoeding wegens het verlaten van de opvang en het slapen in openbare ruimtes uit angst voor overdracht aan Polen.
De Afdeling oordeelde dat de gestelde schade niet rechtstreeks toe te rekenen is aan het besluit van 8 mei 2023 en dat het verzoek om schadevergoeding daarom niet tot inhoudelijke behandeling van het hoger beroep leidt. Tevens was er een voorlopige voorziening getroffen die uitvoering van het overdrachtsbesluit verbood. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling is genomen en er geen belang meer is bij het hoger beroep.