ECLI:NL:RVS:2024:508
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 3 juli 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 31 augustus 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 8 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming niet op 4 september 2023 kan eindigen, omdat deze bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden wordt en dient te worden gerespecteerd voor de volledige duur ervan. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 3 juli 2023 en de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling stelde vast dat de tijdelijke bescherming van rechtswege eindigt op 4 maart 2024 en dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen hoe dit aan de vreemdeling wordt meegedeeld. Tevens veroordeelde de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde.
Uitkomst: Het besluit van 3 juli 2023 tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.