ECLI:NL:RVS:2024:5122
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omzettingsvergunning woonruimte Den Haag wegens overgangsrecht en beleidsmotivering
Silverstone Development B.V. vroeg een vergunning aan om zelfstandige woonruimte aan een locatie in Den Haag om te zetten in onzelfstandige woonruimte voor zes personen. Het college van burgemeester en wethouders verleende aanvankelijk de vergunning, maar trok deze later in en weigerde de vergunning op grond van gewijzigde beleidsregels en de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (versie 3). Silverstone stelde beroep in tegen deze weigering. De rechtbank oordeelde dat de vergunningplicht voor het hogere segment woningen niet deugdelijk was onderbouwd en dat de gewijzigde beleidsregel niet voldeed, waardoor het college een nieuw besluit moest nemen.
Het college stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht een vergunningplicht voor omzetting kon instellen voor alle segmenten, inclusief het hogere segment, en dat de rechtbank ten onrechte het prijspeil van 2020 als maatstaf hanteerde. Tevens was het college gehouden een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij het overgangsrecht in acht moest worden genomen.
In het besluit van 14 augustus 2023 weigerde het college opnieuw de vergunning op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2023, maar de Afdeling stelde vast dat het college het overgangsrecht niet juist had toegepast en het besluit daarom moest worden vernietigd. De Afdeling droeg het college op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen en kende Silverstone een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werden proceskosten toegewezen aan Silverstone.
Uitkomst: Het besluit van 14 augustus 2023 tot weigering van de omzettingsvergunning wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met toepassing van het juiste overgangsrecht.