ECLI:NL:RVS:2024:5260
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing proceskostenveroordeling na ingetrokken beroep wegens niet tijdig beslissen
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor urgentie in het kader van de PACT-uitstroomregeling. Nadat het college alsnog een besluit nam en de aanvraag afwees, trokken appellanten hun beroep in en verzochten om proceskostenvergoeding. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellanten het college niet op de juiste wijze in gebreke hadden gesteld voorafgaand aan het beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat een ingebrekestelling vereist is alvorens beroep tegen niet tijdig beslissen kan worden ingesteld. Appellanten konden niet aantonen dat zij het college op de voorgeschreven wijze, per post of via de door het college opengestelde elektronische weg, in gebreke hadden gesteld. Hoewel het college niet tijdig had gemeld dat de elektronische weg niet openstond voor ingebrekestellingen, kon het college dit niet worden aangerekend vanwege de specifieke omstandigheden.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank terecht oordeelde dat appellanten het college niet op juiste wijze in gebreke hadden gesteld en bevestigde de afwijzing van het verzoek om proceskostenveroordeling. Het college is geen dwangsommen verschuldigd en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen.