ECLI:NL:RVS:2024:53
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 januari 2019 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, het verblijfsrecht op grond van Besluit nr. 1/80 beëindigd, de vreemdeling opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd.
De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 2 mei 2019 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die op 1 maart 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. Ook is de rechtsvraag omtrent de nieuwe glijdende schaal en de verhouding tussen artikelen 13 en 14 van Besluit nr. 1/80 reeds eerder beantwoord. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning bevestigd.