ECLI:NL:RBDHA:2021:2262
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens ernstige bedreiging openbare orde en oplegging inreisverbod
Eiser, een Turkse onderdaan met verblijfsrecht op grond van Besluit 1/80, is meerdere malen veroordeeld voor ernstige misdrijven, waaronder diefstal met geweld, bedreiging en drugshandel. Verweerder heeft de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken vanwege een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving. Tevens is een inreisverbod van tien jaar opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het juiste toetsingskader heeft toegepast, namelijk de aangescherpte glijdende schaal uit artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000, in combinatie met artikel 14 van Pro Besluit 1/80. De ernstige strafrechtelijke veroordelingen en het hoge recidiverisico, bevestigd door verlengingsadviezen van de PIJ-maatregel en recente veroordelingen, rechtvaardigen de intrekking.
Eiser voerde aan dat het recht op familie- en gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro wordt geschonden, maar de rechtbank stelt dat de belangenafweging een fair balance toont en dat de ernst van de bedreiging en het algemeen belang bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder wegen. Het inreisverbod is eveneens terecht opgelegd, omdat eiser geen rechtmatig verblijf meer heeft en daardoor niet meer onder de werking van Besluit 1/80 valt.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, waarmee de intrekking van de verblijfsvergunning, de weigering tot verlenging, het beëindigen van het verblijfsrecht en het inreisverbod worden bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod.