ECLI:NL:RVS:2023:3793
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging verblijfsrecht Turkse vreemdeling wegens gevaar voor openbare orde na aanscherping glijdende schaal
De zaak betreft een Turkse vreemdeling die sinds 1981 rechtmatig in Nederland verblijft en wiens verblijfsrecht is beëindigd door de staatssecretaris wegens een gevaar voor de openbare orde. De vreemdeling beriep zich op artikel 13 van Pro Besluit nr. 1/80, de standstill-bepaling die nieuwe beperkingen op het verblijfsrecht verbiedt, en stelde dat de aanscherping van de glijdende schaal in artikel 3.86 Vb 2000 niet op hem van toepassing is.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikelen 13 en 14 van Besluit nr. 1/80. Het Hof oordeelde dat artikel 13 ook Pro geldt voor Turkse staatsburgers die rechten ontlenen aan artikel 6 of Pro 7 van het besluit, maar dat artikel 14 een Pro uitzondering maakt voor beperkingen die gerechtvaardigd zijn om redenen van openbare orde. De Afdeling concludeerde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het beroep op artikel 13 niet Pro slaagt vanwege het persoonlijke gevaar van de vreemdeling en artikel 59 van Pro het Aanvullend Protocol.
Desondanks is de aanscherping van de glijdende schaal sinds 1 juli 2012 gerechtvaardigd op grond van gewijzigde maatschappelijke opvattingen en voldoet deze aan de eisen van geschiktheid en noodzakelijkheid. De staatssecretaris moet een individuele beoordeling maken waarbij het evenredigheidsbeginsel en de grondrechten van de vreemdeling worden betrokken. De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de staatssecretaris de nieuwe beperking terecht heeft toegepast en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Hoewel het hoger beroep ongegrond is, wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling omdat deze wezenlijk heeft bijgedragen aan de prejudiciële procedure en op principiële punten gelijk heeft gekregen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van zijn verblijfsrecht bevestigd.