ECLI:NL:RVS:2024:530
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 21 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde, verwijzend naar een eerdere uitspraak van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:32), dat de tijdelijke bescherming niet per 4 september 2023 kan eindigen omdat deze bescherming krachtens de richtlijn geboden is en derhalve doorloopt tot 4 maart 2024.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van 21 augustus 2023, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Tevens bepaalde de Afdeling dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen op welke wijze hij de vreemdeling over het einde van de bescherming zal informeren.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.