ECLI:NL:RVS:2024:5353
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.M. de Poorter
- N. Verheij
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging overdrachtsbesluit vreemdeling aan Spanje wegens schending verdedigingsbeginsel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 28 maart 2022 een besluit tot overdracht van de vreemdeling aan Spanje. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 5 april 2022 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep ongegrond had verklaard omdat de minister het verdedigingsbeginsel had geschonden door de vreemdeling niet in de gelegenheid te stellen zijn bezwaren tegen de overdracht op grond van artikel 4 van Pro het EU Handvest kenbaar te maken. Dit was in strijd met artikel 6:22 van Pro de Awb.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 28 maart 2022 en de uitspraak van de rechtbank. Uit het oogpunt van definitieve geschilbeslechting liet zij echter de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat niet was gebleken dat de vreemdeling in Spanje een reëel risico loopt op schending van artikel 4 van Pro het EU Handvest. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00.
Uitkomst: Het besluit tot overdracht van de vreemdeling aan Spanje wordt vernietigd wegens schending van het verdedigingsbeginsel, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.