ECLI:NL:RVS:2024:5355
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- B.P. Vermeulen
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Vaststelling overschrijding redelijke termijn en toekenning schadevergoeding aan vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 21 oktober 2021 werd afgewezen. Hiertegen werd bezwaar gemaakt, dat op 12 januari 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die op 28 november 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. In het hoger beroep richtte hij zich onder meer op het uitblijven van een oordeel over zijn verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de rechtbank ten onrechte niet op dit verzoek was ingegaan en dat de redelijke termijn van vier jaar voor de totale procedure was overschreden, voornamelijk door de duur van de bezwaarprocedure.
De Afdeling vernietigde het deel van het vonnis waarin niet op het verzoek om schadevergoeding was beslist en wees het verzoek toe. De minister werd veroordeeld tot betaling van €500 aan de vreemdeling als vergoeding voor immateriële schade en tot vergoeding van proceskosten van €875. Voor het overige werd het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe en veroordeelt de minister tot betaling van €500 aan de vreemdeling.