ECLI:NL:RVS:2024:551
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 29 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de tijdelijke bescherming die aan derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne wordt geboden, niet voortijdig kan worden beëindigd, omdat de bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming wordt geboden en dus moet worden gevolgd tot de einddatum van de richtlijn, te weten 4 maart 2024.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De tijdelijke bescherming eindigt derhalve niet op 4 september 2023, maar loopt door tot 4 maart 2024.
Uitkomst: Het besluit dat de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 eindigt wordt vernietigd; de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.