ECLI:NL:RVS:2024:559
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 31 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt op 4 september 2023, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en dat deze bescherming niet per 4 september 2023 kan eindigen voor vreemdelingen die rechtmatig in Oekraïne verbleven en zich voor 19 juli 2022 in Nederland hebben ingeschreven. Dit volgt uit een eerdere uitspraak van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:32).
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde zowel het besluit van 31 augustus 2023 als de uitspraak van de rechtbank Den Haag, en bepaalde dat de tijdelijke bescherming van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van 31 augustus 2023 tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.