ECLI:NL:RVS:2024:562
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 2 september 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling eindigt per 4 september 2023, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde. Tegen dit vonnis stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de tijdelijke bescherming niet voortijdig kan worden beëindigd omdat deze krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en dat de bescherming van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. De Afdeling vernietigde het besluit en het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.